|
Lijnen en hoeken (a)
ZELF DOEN
Je hebt vijf scherpe Isotiles nodig.
Leg alle vijf de Isotiles zodanig neer, dat de bovenhoeken ('1' in de afbeelding) van elke driehoek op hetzelfde punt bij elkaar komen. Ze moeten een rechte lijn vormen met vijf gelijke hoeken op hetzelfde punt. Op deze manier kun je de waarde in graden van hoek '1' uitrekenen. Aanwijzing: hoeveel graden moeten alle hoeken bij elkaar opgeteld zijn als ze een rechte lijn vormen?
Leg alle vijf de driehoeken zodanig neer dat elke driehoek een basishoek ('2' in de afbeelding) heeft die op hetzelfde punt samenkomt. Ze moeten een volledige omwenteling vormen met vijf gelijke hoeken op hetzelfde punt. Zo kun je de waarde in graden van hoek '2' berekenen. Aanwijzing: hoeveel graden moeten alle hoeken bij elkaar opgeteld zijn als ze op hetzelfde punt samenkomen?
Je weet nu wat de waarde van elke hoek is. Tel de drie waarden bij elkaar op. Wat is het totaal?
|
|