In het diagram liggen de twee horizontale lijnen evenwijdig aan elkaar. Ze worden gekruist door een schuine, rechte lijn, waardoor de hoeken worden gevormd.
De hoeken 'c' zijn gelijk aan elkaar. Ze worden evenredige hoeken genoemd.
Elke 'c'-hoek heeft een aanliggende hoek 'a'. Zoals je al hebt geleerd, is de som van elk paar hoeken 'a' en 'c' altijd 180° (zoals hoeken op een rechte lijn).
De twee 'a'-hoeken zijn ook gelijk aan elkaar, als verwisselende hoeken tussen de twee evenwijdige lijnen.
|
 |