Bij de onregelmatige vierhoek is slechts één paar lijnen evenwijdig. Het parallellogram gaat een stap verder. Als beide paren tegenovergestelde zijden evenwijdig zijn, wordt de vorm een parallellogram genoemd.
De vorm binnen de vier lijnen in het diagram is een parallellogram, omdat beide paren tegenovergestelde lijnen evenwijdig zijn. Dit betekent dat beide paren tegenovergestelde lijnen ook in lengte aan elkaar gelijk zijn.
Een parallellogram heeft dus twee eigenschappen:
Tegenovergestelde zijden zijn gelijk in lengte.
Tegenovergestelde zijden zijn evenwijdig.
Als één eigenschap klopt, is de andere eigenschap ook waar.
Bij een parallellogram zijn de tegenovergestelde hoeken aan elkaar gelijk.
|
 |