Mozaïek
Met mozaïek werd oorspronkelijk het maken van mozaïekpatronen bedoeld, waarbij vierkante tegeltjes naast elkaar werden gelegd om een artistiek ontwerp te vormen. Nu wordt mozaïek gebruikt voor het in patronen neerleggen van regelmatige vormen. Een vierkant is de gemakkelijkste vorm om een mozaïek mee te maken, en als je er genoeg hebt in vele contrasterende kleuren, kun je een ontwerp maken dat lijkt op de ontwerpen die in de Byzantijnse periode van het Romeinse Rijk zo populair waren.
|
|
Een andere effectieve vorm voor het maken van een mozaïek is de gelijkzijdige driehoek, waarvan de zijden en hoeken gelijk zijn. Als je zes gelijkzijdige driehoeken om een middelpunt heen legt, krijgt je een regelmatige zeshoek. Bijen gebruiken deze vorm wanneer ze een honingraat maken.
|  |
|
Wanneer aannemers bakstenen gebruiken om een muur mee te bouwen, maken ze er een zodanig mozaïek van dat het bouwsel het sterkste is. Dit wordt een verband genoemd. Ze zorgen ervoor dat het punt waar de uiteinden van twee bakstenen bij elkaar komen, in het midden ligt van de bakstenen eronder en erboven.
|  |
|
Op alle punten waar meerdere vormen bij elkaar komen, is de som van de bij elkaar opgetelde hoeken 360°. Dus zes hoeken van 60°, vier van 90° of drie van 120° zijn goede vormen om bij een mozaïek te gebruiken (met behulp van gelijkzijdige driehoeken, vierkanten en zeshoeken). Maar met vijf vormen die om één punt passen, zijn de hoeken 72°, net als bij Isotiles.
|
|