Driehoeken

Bij driehoeken, van welke vorm dan ook, is de som van de drie hoeken altijd 180°. Je hebt dit ontdekt bij de twee verschillende Isotiles. Bij elke driehoek is a + b + c = 180°.

Nu gaan we over een speciaal soort driehoek nadenken.
diagram
Een driehoek wordt gelijkbenig genoemd als hij uit twee zijden met gelijke lengte bestaat. Hier is AB = AC. Bij alle gelijkbenige driehoeken zijn de hoeken tegenover de gelijke zijden ook aan elkaar gelijk. Hoek ABC is dus gelijk aan hoek ACB. Het werkt ook andersom. Als je weet dat twee hoeken van een driehoek aan elkaar gelijk zijn, zijn de zijden tegenover deze twee hoeken ook aan elkaar gelijk.
diagram
Allebei de Isotiles zijn gelijkbenig. Je kunt de twee gelijke zijden en de twee gelijke hoeken meten. Je hebt al uitgerekend hoe groot deze zijden en hoeken zijn.
back contents next
Copyright © John Everett (Leicestershire, UK) 2002,2003